RICHTLIJNEN

U kunt hier uw digitale aanvraagformulier invullen

Keurmerk Opvang Gezelschapsdieren

WAAROM EEN KEURMERK?

De Dierenbescherming heeft het initiatief genomen om een nieuw keurmerk te ontwikkelen voor de tijdelijke opvang van huisdieren in opvangcentra (‘het asiel’). Het Keurmerk Opvang gaat in eerste instantie over de zorg voor honden, katten, konijnen en knaagdieren. Het nieuwe keurmerk komt in de plaats van de eerdere Erkenningsregeling van de Dierenbescherming.

De rode draad in het Keurmerk Opvang is een professioneel niveau van dierenwelzijn in de bedrijfsvoering. Het nieuwe keurmerk is niet langer van of voor de Dierenbescherming, maar voor elke organisatie die tijdelijke opvang van dieren verzorgt. Daarom wordt de uitvoering van het Keurmerk Opvang ondergebracht bij een certificerende instelling: Verin.

Dit keurmerk is niet alleen interessant voor mensen die op zoek zijn naar een goede en betrouwbare opvang om een dier uit te zoeken, ook gemeenten zijn erbij gebaat. In Nederland is de opvang van zwervend aangetroffen huisdieren primair een taak van gemeenten. Die besteden deze taak meestal uit. Bij een dierenopvang met keurmerk weten ze dat de opvang goed geregeld is.

De tijdelijke opvang van dieren en het bemiddelen van dieren naar een volgende eigenaar is een mooi, maar moeilijk vakgebied: het Keurmerk Opvang biedt dierenopvangcentra straks de mogelijkheid om dit nog beter uit te dragen.

DOELVOORSCHRIFTEN EN OPEN NORMEN KEURMERK OPVANG

De formele keurmerkcriteria zijn compact (beperkt in aantal en omvang) en open (geen harde
eisen aan hoe iets moet worden gedaan). Ze bestaan uit twee onderdelen: Doelvoorschriften en
Open Normen. Belangrijk hierbij: weten op welke manier begrippen binnen het Keurmerk Opvang worden gebruikt. Dit is hieronder in de definitielijst te vinden.

Buttons-definities

Doelvoorschriften:
De doelvoorschriften geven aan wat uit oogpunt van dierenwelzijn voor de opgevangen dieren en bij bemiddeling van dieren gerealiseerd moet worden (Waarom heeft het dierenopvangcentrum (DOC) bepaalde keuzes gemaakt en waar moet dat toe leiden?).
Er zijn 7 hoofdthema’s: naast Algemene eisen en Bemiddeling zijn de vijf vrijheden van Brambell vertaald naar de bedrijfsmatige opvang van gezelschapsdieren. Per thema wordt in termen van dierenwelzijn aangegeven welk RESULTAAT behaald dient te worden.

Elk dier dat in de opvang terechtkomt, wordt aangetast in zijn welzijn (there’s no place like home). Een zo kort mogelijk verblijf in de opvang dient daarom steeds het streven te zijn. Met “Bemiddeling” wordt invulling gegeven aan het doel dieren zo kort mogelijk in de opvang te laten verblijven of zelfs te voorkomen dat dieren in de dierenopvang terecht komen.

 

Open normen:

Per doelvoorschrift zijn er een aantal open normen opgesteld. Deze normen richten zich op aspecten die binnen de bedrijfsvoering geregeld moeten zijn om aan de doelvoorschriften te kunnen voldoen.
Tijdens de beoordeling van een keurmerkaanvraag  wordt hier specifiek aandacht aan besteed. Dat betekent dan ook direct dat niet genoemde items nog steeds onderwerp van de beoordeling kunnen zijn, namelijk dan wanneer er een indicatie is dat het welzijn van het dier meer dan nodig negatief wordt beïnvloed of het imago van het Keurmerk Opvang wordt geschaad.

 

No Go Voorbeelden:
Hieronder in de download staan voorbeelden voor no-go momenten, welke in de voorbereiding van en tijdens een locatiebezoek worden gewogen. Het overzicht is per definitie niet volledig, maar doelt vooral erop een beeld te schetsen welke zaken voor het Keurmerk Opvang definitief onacceptabel zijn. Doelvoorschriften en Open normen geven veel ruimte voor eigen invulling, maar in enkele gevallen is het toch nodig een grens te trekken.

Hieronder kunt u de No Go voorbeelden downloaden:

Buttons-no-go-voorbeelden

LAATSTE NIEUWS

Download Doelvoorschriften en Open Normen

KEURMERK OPVANG VOOR KLEINE DIERENOPVANGCENTRA

Beoordeling van grote en kleine dierenopvangcentra ten behoeve van het Keurmerk Opvang vraagt om een angepaste aanpak. Die is hiervoor ingericht.

De wetgever maakt geen onderscheid tussen Groot en Klein, wel tussen bedrijfsmatig of niet bedrijfsmatig. De niet-bedrijfsmatige dierenopvang wordt ook door het Keurmerk Opvang niet aangesproken. Het Keurmerk Opvang richt zich zowel op de grote als ook de kleine bedrijfsmatige dierenopvangcentra.

Het Keurmerk Opvang kent geen differentiatie op de DOELVOORSCHRIFTEN: Het welzijn van het dier is in alle gevallen het ijkpunt voor het keurmerk. Vraagstukken rond bedrijfsvoering c.q. (beperkte) bedrijfsmatigheid worden daarbij op passende manier gewogen. Open normen blijven vergaand hetzelfde: aanpassingen betreffen bijvoorbeeld algemene open normen, waarin de grens tussen Groot en Klein wordt benoemd.

Het verschil tussen de grote en de kleine opvangcentra bestaat in praktijk zeker wel. Risico’s vanuit het proces en ook directe risico’s voor de dieren zijn deels feitelijk anders. Kleine opvangcentra zijn minder complex. Aan de andere kant ontstaan er juist door de kleinschaligheid risico’s.

De invulling van werkzaamheden en taken kan bij kleine DOC anders liggen: Doordat processen in kleinere opvangen gemiddeld minder complex zijn kunnen vergelijkbare resultaten met minder / een andere vorm van inspanning worden bereikt. De vraagstelling in het self-assessment houdt hier dan rekening mee. Vanuit deze benadering is voor de kleine DOC het self-assessment aangepast: Ietwat minder vragen, maar voor een aantal open normen vooral andere vragen.

Aandachtspunt is, dat het Keurmerk Opvang zowel voor kleine als ook voor grote opvangcentra interessant moet zijn. Grens tussen Groot en Klein wordt in eerste instantie op basis van ervaringswaarden getrokken. (Het is niet helemaal uit te sluiten, dat deze naar verloop van tijd wordt bijgesteld. Op dat moment zullen er ook passende procedures ontstaan om van een naar het ander over te kunnen stappen).

Essentieel is de kunde van de auditor: die moet in kunnen schatten of dierenwelzijn (en de andere doelen) vanuit het procesniveau, dat bij de opvang past voldoende wordt ingevuld.

DEFINITIE GROOT:

 

  • meer dan 1 diersoort en/of

 

  • meer dan 3 medewerkers en/of

 

  • meer dan 5 vrijwilligers en/of

 

  • meer dan 200 intakes per jaar

 

  • meer dan 20 honden of 30 katten of 30 konijnen of 30 knaagdieren tegelijk te verzorgen